maandag 21 maart 2011

Hond ruikt darmkanker (bron: ErasmusMC.nl)

Hond ruikt darmkanker
Honden kunnen darmkanker bij mensen vaststellen. Zelfs wanneer de ziekte nog in een vroeg stadium is. Een recent Japanse onderzoek laat indrukwekkende resultaten zien met labradors.
Snuffelende labradorOnderzoekers lieten labradors ruiken aan de ontlasting en de adem van patiënten met darmkanker. De honden bleken de diagnose goed te kunnen stellen en wisten zelfs patiënten met prille gevallen van kanker eruit te pikken. En dat is bijzonder, want dat lukt met de huidige tests lang niet altijd. Als darmkanker vroegtijdig vastgesteld kan worden, kan de behandeling eerder beginnen. Dr. Hideto Sonoda publiceerde eind januari deze positieve onderzoeksresultaten in het internationale tijdschrift GUT, het vakblad voor professionals op gebied van maag-darm aandoeningen.

Elektronische hondenneusWetenschappers vermoeden al langer dat honden in staat zijn om door enkel te ruiken onder meer huid-, blaas-, long-, borst- en eierstokkanker op te sporen. Een tumor heeft namelijk een bepaalde geur en honden kunnen die geur waarnemen. Toch zal het nog wel even duren voordat elke laborant vergezeld wordt door een hond bij het stellen van diagnoses. Niet elke hond is namelijk even goed in het opsporen van kanker. Daarbij zijn de resultaten te wisselvallig. In de toekomst willen de onderzoekers een ‘elektronische hondenneus’ ontwikkelen die hetzelfde kan als de echte hondenneus, maar betrouwbaarder is. Hiervoor moeten zij eerst vaststellen welke chemische stofjes de honden precies ruiken.
DarmkankermaandMaart is internationale darmkankermaand. Jaarlijks wordt bij ongeveer 12.000 Nederlanders de diagnose dikkedarmkanker gesteld, meldt KWF Kankerbestrijding. Darmkanker is één van de best behandelbare vormen van kanker, mits de diagnose in een vroeg stadium wordt gesteld
gepubliceerd: 21 maart 2011 door www.erasmusmc.nl

woensdag 16 maart 2011

Nieuw standaard voor behandeling leukemie (bron: NOS.nl)



Nieuwe standaard voor behandeling leukemie










Leukemie-cellen

Toegevoegd: woensdag 16 mrt 2011 NOS Nieuws
Leukemiepatiënten kunnen toe met een tot tien keer lagere hoeveelheid van het giftige medicijn cytarabine dan tot nu toe gebruikelijk is. Dat is de opmerkelijke uitkomst van een grote langlopende internationale studie waarvan het gerenommeerde Amerikaanse tijdschrift New England Journal of Medecine vandaag de resultaten publiceert .

De resultaten die de onderzoekers hebben gevonden, zijn van groot belang voor leukemiepatiënten, omdat het zwaar giftige cytarabine veel ernstige bijwerkingen heeft.

Het onderzoek werd geleid door hematoloog Bob Löwenberg van het Erasmus MC in Rotterdam. De studie zal volgens de onderzoekers leiden tot een nieuwe wereldwijde standaard voor de behandeling van leukemiepatiënten.

Lagere dosering
De studie heeft meer dan vijf jaar gelopen. Er waren 860 leukemiepatiënten bij betrokken uit zestien ziekenhuizen in vier landen. De ene helft van de onderzoeksgroep kreeg twee chemokuren van respectievelijk 1000 en 2000 mg cytarabine per dag per vierkante meter lichaam, de andere een kuur van 200 mg en een van 1000 mg.

Die lagere dosering gaf precies dezelfde behandelresultaten - de vijfjaars overlevingskans en het terugkeren van de leukemie - als de hogere dosering en veel minder ernstige bijwerkingen.

Dat geldt a fortiori ook ten opzichte van de huidige standaarddosering van 6000 mg. Die heeft medisch gesproken ook geen voordeel boven 1000 mg en zorgt wel voor nog meer extra bijwerkingen. Met die hoge dosering krijgen patiënten in hun behandeling tot tien keer meer cytarabine toegediend dan bij een dosis van 1000 mg per dag per vierkante meter lichaam.
Plafond
De onderzoekers concluderen op grond van hun onderzoeksgegevens dat er een doseringsplafond bestaat voor het leukemiemedicijn. Boven een dosering van 1000 mg treden er niet meer therapeutische effecten op, maar wel meer ernstige bijwerkingen. En dat geldt voor alle leukemiepatiënten.

De huidige standaarddosering van 6000 mg is er in 1985 gekomen na baanbrekend Amerikaans onderzoek dat al halverwege de jaren zeventig was begonnen.

"Tot die tijd lag de standaarddosering tussen de 100 en 400 mg", vertelt professor Löwenberg. "Die hoeveelheid leidde niet tot bevredigende behandelresultaten. De Amerikaanse onderzoeksgroep vergeleek die onderdosering met een dosering van 6000 mg. Dat verbeterde de therapeutische werking spectaculair. En zo is het de nieuwe behandelstandaard geworden."
Maximaal
Eigenlijk is die dosering vastgesteld vanuit een heel andere invalshoek dan de studie van Löwenberg en anderen. Omdat de tot dan toe gebruikelijke dosering van 100 tot 400 mg onvoldoende resultaat gaf, gingen onderzoekers kijken welke dosering cytarabine een mens maximaal verdraagt voor het middel cytarabine erger wordt dan de kwaal leukemie. Dat bleek 6000 mg te zijn. Vervolgens is dat de standaarddosering geworden. Maar er is toen niet onderzocht of zo'n hoge dosering ook nodig was.

Met het zo drastisch verhogen van de hoeveelheid chemotherapie namen de bijwerkingen voor patiënten navenant toe. Leukemiepatiënten ouder dan zestig jaar kregen de hoge dosering chemotherapie niet toegediend. Voor die groep waren de nadelen van de giftige cytarabine groter dan de voordelen.

Overdosering
Löwenberg en andere hematologen vroegen zich al langere tijd af of destijds de onderdosering in de behandelstandaard niet is ingeruild voor een overdosering. "Maar dat heeft eigenlijk niemand goed durven onderzoeken. Dat Amerikaanse onderzoek betekende een mijlpaal in de behandeling van leukemie. Daar ga je niet zomaar tegen in. En leukemie is zo'n ernstige ziekte dat je zeker niet het risico wilt lopen dat je een te lage dosering geeft."

Verder vraagt een onderzoek als Löwenberg en zijn collega's nu hebben uitgevoerd een fikse investering in geld en tijd. "En de farmaceutische industrie was niet geïnteresseerd in dit onderzoek dat keek of we met minder medicijnen kunnen behandelen. We hebben het helemaal zelf moeten organiseren." Daarnaast is Cytarabine ook al tientallen jaren op de markt en volledig uit patent. Daardoor is de industrie niet geïnteresseerd in het financieren van het onderzoek over het middel.
Prioriteiten
De Rotterdamse wetenschapper legt uit waarom het minder verbazingwekkend is dan het lijkt dat zo lang een te hoge dosering chemokuur is gegeven aan leukemiepatiënten. "In de geneeskunde doen we heel veel waarvan je je kunt afvragen hoe stevig de wetenschappelijke basis ervan eigenlijk is. Er bestaat nog heel veel terra incognita in de medische wetenschap. Veel van wat we doen is gebaseerd op circumstancial evidence. Je kunt nu eenmaal niet alles onderzoeken. Je moet prioriteiten stellen."

Er namen zeven Nederlandse ziekenhuizen, vijf Zwitserse, drie Belgische en een Duits ziekenhuis deel aan het onderzoek. De Nederlandse deelnemers zijn de universitaire medische centra in Rotterdam, Groningen, Maastricht, Utrecht en de beide in Amsterdam en het Medisch Spectrum Twente in Enschede.

"Met elkaar zijn we erin geslaagd om de kosten goed in de hand te houden, ondanks dat we geen geld van de industrie hadden. De medicijnen die de patiënten in het onderzoek hebben gekregen, zijn gewoon uit de reguliere zorgbudgetten betaald, net als ons werk."
Besparing
De verlaging van de dosering chemotherapie betekent ook een flinke besparing. Bij een dosering van 1000 mg cytarabine neemt het aantal bijwerkingen fiks af vergeleken met de controlegroep die 2000 mg kreeg en ten opzichte van patiënten die de huidige standaarddosering van 6000 mg krijgen. Verder verblijven patiënten die 1000 mg krijgen korter in het ziekenhuis dan patiënten die een hogere dosering krijgen en herstellen ze eerder van de chemokuur.

"We hebben geen kostenstudie gedaan", zegt Löwenberg, "maar als we een ruwe schatting maken dan bedraagt de besparing al gauw minimaal € 7.000 per patiënt." De kosten van een leukemiebehandeling kunnen oplopen tot zo'n 60.000 euro. Jaarlijks komen er in Nederland vijfhonderd tot zeshonderd nieuwe leukemiepatiënten bij.

maandag 14 maart 2011

Er past weer fruit in de fruitschaal...

De fruitschaal heeft zijn taak als pillen-opslag er bijna op zitten!

Vandaag ben ik op controle geweest en alles zag er weer goed uit. Mijn arts is erg tevreden over hoe het tot nu toe gaat.
Mijn bloedwaarden zijn weer netjes : HB 7,2; Leuko's 6,3; Trombo's 215. Geen verschijnselen van afstoting, vandaar ook dat ik per vandaag mag stoppen met Myfortic (!) en dat houdt dus in dat ik nog maar 7 pillen per dag hoef te slikken! Laat nu die weerstand van mij maar komen! Ik word een beetje ongeduldig en wil uiteten, naar de bioscoop, naar verjaardagen, etc., etc....

Ik ben de afgelopen twee weken ook weer druk aan het "fysioowen" en ik merk dat mijn lijf het nu wèl pikt als het belast wordt, heel langzaam kan ik het wat gaan opvoeren en hou ik het steeds wat langer vol, dat geeft een kick en maakt dat ik me weer wat positiever voel.

Voor mijn blog niet echt bevorderlijk (maar ik ga er denk ik ook iets algemenere posts opzetten dus dat komt wel  weer goed!) maar ik hoef pas over 4 weken weer op controle, ook weer een teken dat "ze" het vertrouwen!

Hieronder zie je de grafiek waarin BCR/ABL in mijn bloed en beenmerg bepaald wordt, het is bijgewerkt tot 14 februari 2011 en daar zie je heel goed dat het niet meer detecteerbaar is (PB = perifeer bloed, BM = beenmerg) het "klustertje" erboven is van na de remissie inductie kuur (mei/juni 2010), dus voor de transplantatie, en het klustertje daar weer boven is van een jaar geleden (feb/mrt 2010) toen ik hoorde dat de CML in een blastencrisis terecht was gekomen.
Wat kan er veel gebeuren in een jaar hè?!


Tot snel weer!

Greetz!
Bram

dinsdag 1 maart 2011

Topsport...

Al veel te lang ben ik aan het snotteren en de afgelopen week is daar ook weer een lekker hoestje bijgekomen. Net als de rest van Nederland ben ik volgens mij gegrepen door een virusje, maar op een of andere wonderlijke manier lijkt het niet erger te worden dan dit.
Ik heb zelfs nog geen koorts gehad en dat heeft mijn arts blijkbaar voldoende vertrouwen gegeven om mij gisteren zonder extra pillenvoorraad weer naar huis te sturen!
Dus ergens ver weg tussen mijn nieuwe spaanse celletjes zijn er celletjes flink topsport aan het bedrijven om er voor te zorgen dat zo'n virus mij er niet onder krijgt, vooral als je bedenkt dat het legertje verdedigende spanjaarden nog maar dun bevolkt is op dit moment. 
Wat ook mooi is om te zien is dat mijn standaard bloedwaarden er weer goed uitzien, mijn HB is zelfs naar 7,3 gestegen (ik kom eindelijk een klein beetje in de richting van een echt mannelijk HB ;-) ) en sinds de verlaging van de Myfortic is er niets geks gebeurd dus ik mocht door naar de volgende ronde! De Myfortic is weer verlaagd (naar 2 x 360mg per dag)!

Maar over topsport gesproken...
Met die wetenschap ben ik die middag vol goede moed (en snot) weer voor het eerst sinds lange tijd naar fysiotherapie gefietst en dus ja.... de Tooropstraat op (voor de niet Nijmegenaren: dat is een straat die in mijn staat van conditie aanvoelt als de Mont Ventoux), mijn hartslag bleef netjes binnen de grenzen, de oefeningen gingen goed en moe maar voldaan ben ik weer op mijn fiets naar huis gereden. 
Ik moet er wel even eerlijk bijzeggen dat ik een nieuwe fiets heb met 21 supersnelle versnel versnellingen (SSVV-tjes), dus iets makkelijker is het nu wel, vergeleken met mijn goede oude fossieltje. 

Over twee weken heb ik weer controle, als alles goed gaat mag de Myfortic waarschijnlijk worden gestopt en hopelijk kan ik dan de rest van mijn medicatie ook eens wat uit gaan dunnen!

Greetz,
Bram

P.S.: Wat zie je er leuk uit vandaag!
(het is nationale complimentendag vandaag!)



Dit zijn ook topsporters!!





woensdag 16 februari 2011

Nieuw onderzoeksproject gelanceerd

News

16 February 2011


Press release: Research should make stem cell transplants using umbilical cord blood successful for leukemia patients


LEIDEN 16 february –Top Institute Pharma (TI Pharma) is today launching a new research project that should make stem cell transplants more successful. A stem cell transplant is usually performed on adults with acute leukemia. “Umbilical cord blood is being used more frequently as a source, but this cord blood contains very few blood-forming stem cells”, according to lead researcher Jan Cornelissen of the Erasmus Medical Center in Rotterdam. As a result, a relatively large number of patients will experience complications after the transplant, which can even be associated with unnecessary deaths. The researchers are going to develop a new culture method, to increase the number of stem cells in the laboratory.

During a stem cell transplant, a leukemia patient receives blood-forming stem cells from another person. These stem cells should go on to form new red and white blood cells and blood platelets. Jan Cornelissen: “As suitable adult stem cell donors are not always available, umbilical cord blood is being used more and more often as a source of blood-forming stem cells. However, these transplants are often too small and do not contain enough stem cells. As a result, the formation of new blood cells is an extremely slow process. Complications, such as infections, often occur during this process. This could also result in the treatment failing to take hold altogether.”
In this study – a collaboration between the Erasmus Medical Center Rotterdam, the University of Utrecht and the companies Glycostem Therapeutics and GE Healthcare – we will focus on a new culture method that can multiply the number of stem cells available for transplantation. This takes place in the laboratory. During the four-year study period, the cultured stem cells will be tested in unique model systems and fifteen patients will receive a transplant containing these stem cells cultured in the lab.
A second arm of the study is aimed at imaging the stem cells in the patient’s body, in order to visualize the efficacy of the treatment. Cornelissen: “Currently, we only know one to two months after the transplant whether or not the treatment with stem cells is working. It would be wonderful if we could quickly see whether the stem cells have actually settled in the bone marrow. Therefore, we will ‘label’ the stem cells with metal spheres, so that they can be seen on an MRI scan. The technique already exists, but we are going to be the first to apply it in this special way.”
The project is being financed by the ‘Joint Call’ of the three top institutes in the field of life sciences research, namely TI Pharma, the BioMedical Materials Program (BMM) and the Center for Translational Molecular Medicine (CTMM). Over 3 million Euros are available for the study.
BMM, CTMM and TI Pharma will bring together some 180 national and international partners from the public and private sectors, as well as five health funds. The three institutes together have a research budget of nearly 700 million Euros for a period of five years. Fifty percent of the total financing comes from industry and knowledge facilities and fifty percent comes from the Dutch government.
For more information:
Ingeborg van der Heijden tel. 071- 332 2036 / 06-4612 2482, email 
ingeborg.vanderheijden(at)tipharma.com
Glycostem Therapeutics (GCT) is a Netherlands-based life science SME advancing the science of cellular immunotherapy by creating breakthroughs in the expansion and differentiation of hematopoietic stem cells towards specific immune cell types (i.e. NK cells). In addition to the Prograft consortium GCT has a R&D cooperation with the department of Hematology and the Hematological Laboratory of UMC St Raboud in Nijmegen for joint development of cellular immunotherapeutic products aiming at improving the treatment of leukemia, lymphomas and other forms of cancer. GCTs first NK cell therapy product is evaluated in a phase I clinical trial in elderly AML patients. For more information visit: www.glycostem.nl

About GE Healthcare

GE Healthcare provides transformational medical technologies and services that are shaping a new age of patient care. Our broad expertise in medical imaging and information technologies, medical diagnostics, patient monitoring systems, drug discovery, biopharmaceutical manufacturing technologies, performance improvement and performance solutions services help our customers to deliver better care to more people around the world at a lower cost. In addition, we partner with healthcare leaders, striving to leverage the global policy change necessary to implement a successful shift to sustainable healthcare systems.

Our “healthymagination” vision for the future invites the world to join us on our journey as we continuously develop innovations focused on reducing costs, increasing access and improving quality around the world. Headquartered in the United Kingdom, GE Healthcare is a unit of General Electric Company (NYSE: GE). Worldwide, GE Healthcare employees are committed to serving healthcare professionals and their patients in more than 100 countries. For more information about GE Healthcare, visit our website at www.gehealthcare.com.
Erasmus MC (University Medical Center Rotterdam) is among the top research institutes in the Netherlands. Research activities range from fundamental biomedical research, patient-related research and epidemiology to public health, healthcare policy and management. As the largest university medical center in the Netherlands, with 1,800 students of medicine, 1,500 staff members and more than 10,000 employees, Erasmus MC provides advanced medical care to 3 million people living in the south-western part of the Netherlands. For further information, visit: www.erasmusmc.nl.
The Utrecht Institute for Pharmaceutical Sciences (UIPS) was established in 1992 and is the research division of the Department of Pharmaceutical Sciences, Science Faculty, Utrecht University. Its mission: to carry out high-quality fundamental research in the pharmaceutical sciences. Specifically, to perform conceptual research focused on the discovery, development, and use of drugs. In addition, within UIPS, research scientists are trained in the field of the pharmaceutical sciences.
Top Institute Pharma (TI Pharma) is a public-private partnership in which scientific and business worlds work together on groundbreaking, multidisciplinary research aimed at improving the development of socially valuable medicines. Our research portfolio is based on the disease areas as specified in Priority Medicines, a report by the World Health Organization (WHO). These projects create knowledge that is important for better, faster and less-expensive development of valuable new medicines. For more information, please visit www.tipharma.com.
TI Pharma Key figures74 partners, 260 M€ allocated funding, 50 projects/consortia
CTMM (Center for Translational Molecular Medicine) is a Netherlands-based public-private partnership dedicated to the development of technologies in molecular medicine that enable early diagnosis and personalized treatment for the main areas of disease causing mortality and diminished quality of life in the western world (oncology, cardiovascular, neurodegenerative and infectious/auto-immune disease). CTMM operates by inviting, assessing and funding multidisciplinary projects that involve active participation by Netherlands-based academia and industry. The first milestone will be realized in February 2011 with the anticipated launch of the CE-certified AMLprofiler for a personal diagnosis in patients with Acute Myeloid Leukemia (AML). All CTMM projects are judged by an independent International Advisory Board and approved by a Supervisory Board based on their significant potential to translate research knowledge into clinical practice. CTMM’s funding by the Dutch government (50%), academia (25%) and industry (25%) amounts to a total research budget of 300 million euros for the period until the end of 2014. Additional funding is provided by supporting foundations on behalf of patients. 
CTMM Key figures: 105 partners, 275 M€ allocated funding, 21 projects/consortia
BMM (the BioMedical Materials program) is a Netherlands based public-private partnership dedicated to enable breakthroughs in the development and application of innovative biomedical materials. With a total amount of M€ 90 available, BMM’s research agenda focuses on new therapies and applications that prevent chronic organ and tissue failure, and contribute to the improvement in patients’ quality of life. BMM is financed by the Dutch government (50%), academia (25%) and industry (25%).
BMM Key figures: 44 partners, 79 M€ allocated funding, 13 projects/consortia.